Totaal aantal pageviews

Manden vlechten met wilg en pijpestrooitje


Om manden te vlechten wordt meestal wilgen tenen gebruikt (zie ook wilgen) ook korn oelje is geschikt . Om een mand te maken neem je bijv. 6 tenen die zo'n groot mogelijke lengte hebben. Deze 6 tenen wordt de bodem van de mand. Leg deze tenen  drie bij drie in een kruis. Het stevigst wordt de bodem om bij drie van deze tenen in het midden een inkeping te maken waarna de 3 andere hierdoor worden gestoken. Vlecht nu eerst een dubbele dunne twijg om de viermaal 3 tenen samen heen. Hierna splits je alle tenen apart. Sla telkens als je een ' ronde' hebt gemaakt de gevlochten twijg stevig aan. Als de bodem de gewenste diameter heeft kun je de tenen ombuigen.Een andere manier om manden te maken is om stro of ' bunt'  te gebruiken. Als we gebruik maken van stro wordt hier meestal roggestro voor gebruikt. Om het stro zo'n 3 weken voordat hij ' dorsrijp' te maaien krijgen we de beste kwaliteit. Tegenwoordig valt het niet mee om geschikt stro te vinden omdat de moderne rassen kort halmig zijn. Vaak wordt dus een apart hoekje ingezaaid en hebben we dan de beschikking over het juiste vlecht materiaal. Het 'pijpestrooitje'  (ook wel bunt genoemd) is een grassoort die we vooral op heide tegenkomen. De halmen van deze grassoort zijn ook uitermate geschikt om ermee te vlechten. Vaak hebben(oude) imkers het vlechten met deze materialen nog goed onder de knie. In vroeger tijd werden alle bijenkorven gevlochten met deze materialen. Als bindmateriaal om te vlechten wordt er touw, wilg of braamstengels gebruikt. (zie bindmateriaal).
Leg hiervoor een zware steen op de bodem en buig hierna de tenen om. Hierna kun je dus de wanden vlechten. Blijf met een dubbele twijg vlechten zoals boven omschreven en zorg dan dat de uiteinden binnen in de mand uitkomen. Op het punt waar je gebleven bent buig je een nieuwe twijg om de teen heen en je gaat zo verder. Mochten de tenen waar 'omheen' wordt gevlochten te kort gaan worden dat moet hier op tijd een nieuwe teen worden bijgestoken. De mand moet aan de bovenkant verstevigd worden door een ' hoepel'  te vlechten. Er zijn verschillende ' vormen' van vlechten. Bovenstaande is slechts een heel eenvoudige om ervaringen ermee op te doen, terwijl het resultaat toch best gezien mag worden. 
Afhankelijk wat we gaan maken pakken we een hoeveelheid stro en draaien dit als een ' mangel' in elkaar. We beginnen met de bodem en gaan nu spiraalsgewijs de ronde steeds groter maken. Om overal een constante dikte te behouden wordt een houten of benen 'mof' gebruikt. Telkens wordt in deze 'mof' nieuw stro gestoken zodat een constante dikte wordt behouden.  Elke ronde maken we vast aan de andere ronde met het bindmateriaal. Hiervoor kunnen we het beste een (benen) priem/naald gebruiken om het bindmateriaal door de gevlochten strengen te halen.  Als de mand de juiste diameter heeft kunnen we de lagen op elkaar gaan vlechten zodat de opstaande kanten ontstaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Pagina's